Het postelastiek van Leo Kouwenhoven

Daar was ik dus al een tijdje bang voor. Dat de Delftse fysicus Leo Kouwenhoven er in zou slagen om het bestaan van een zogeheten Majorana deeltje aan te tonen. En dat ik dan dus in de krant zou moeten uitleggen wat dat is, een Majorana deeltje.

Maar dat is nu dus toch gebeurd. Dinsdag sprak Kouwenhoven in Boston voor de American Physical Society over zijn vondst. De zaal vol fysici ontplofte. Sterker, in de wandelgangen er omheen dromden volgens Nature belangstellenden samen. Dat zijn taferelen zoals je bij koude kernfusie zag, bij warme supergeleiding, blauwe leds, bose-einsteincondensatie. Het grote werk waarmee je als onderzoeker naam maakt.

Vorig jaar mei zat ik bij Kouwenhoven in Delft aan tafel. Omdat ze in alle stilte een miljoen dollar van Microsoft hadden gekregen. Opmerkelijk, leek me.

Terwijl hij opgetogen sprak over fermionen en bosonen, deeltjes en hun antideeltjes, hele en halve spins, en topologische stabiliteit, realiseerde ik me maar één ding: dit gaan mijn lezers onmogelijk begrijpen.

Leo bleek een bepaalde type exotische deeltjes na te jagen, die mogelijk ooit van pas konden komen in de toekomstige quantumcomputers. Daarin wordt niet met enen en nullen gerekend, zoals nu in computers, maar met alle vage quantummechanische tussentoestanden tegelijk. Dat maakt rekenen veel sneller. Vandaar natuurlijk ook de belangstelling van Microsoft.

De rest is verdomd lastige natuurkunde. Om te doen. En om uit te leggen.

Probleem is dat normale quantumdeeltjes in al hun vaagheid extreem gevoelig zijn voor verstoringen. Behalve, legde Kouwenhoven me uit, Majorana-deeltjes. Die veren vanwege speciale eigenschappen na een verstoring gewoon weer terug in hun eerdere toestand, ongeveer zoals je een postelastiek kun verdraaien wat je wilt, zonder dat de cruciale eigenschappen ervan veranderen.

Dat postelastiek was uiteindelijk de redding voor het verhaal dat ik er met veel moeite over schreef. Topologie voor beginners.

Het enige probleem, vertelde Kouwenhoven ook, was dat hij helemaal niet zeker wist of het gezochte deeltje te creeren zou zijn op de manier die hij bedacht had: op een supergeleidende chip met halfgeleiderdraden. En dat gingen ze nu dus uitzoeken.

Slechts één zin wilde hij perse schrappen uit mijn verhaal over de Delftse Majoranajacht: dat de ontdekker van zo’n deeltje vrijwel zeker een Nobelprijs gaat krijgen. Dat wilde hij bij nader inzien niet hardop gezegd hebben. Nu wel?

Advertenties
Vorige bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: