Arme wetenschap

Tijd voor conclusies. Wat is wetenschap waard, was de vraag, een week of vier geleden. Geen idee, is een goed antwoord, want op ieder sommetje is veel af te dingen. Volgens sommige economen levert iedere geinvesteerde euro het dubbele op voor de economie. Volgens anderen anderhalf keer zoveel. Of tien. Maar niemand die het echt weet.

Wat is de wetenschap waard? Kennelijk wat we er nu aan uitgeven, is een ander goed, maar wellicht iets te gemakkelijk antwoord: iets van 10 miljard per jaar of krap 2 procent van ons bruto nationaal product. En wat levert dat dan op? Een bovengemiddeld goed opgeleide beroepsbevolking. Wetenschappelijk aanzien, op internationaal heel behoorlijk gewaardeerde universiteiten. Geen echte top. Maar we kunnen aardig meekomen.

Wat levert het niet op? Opvallend genoeg: spraakmakende innovatie. Het laatste echte succes is ASML, een wereldleider in chipmachines. Absolute high-tech, made in Nederland. Maar dat is een spin-off van Philips, dat zijn R&D verder afbouwde. Net als de rest van de industrie. Nederland is internationaal hooguit een innovatievolger. Terwijl innovatie de motor van de economie hoort te zijn.

Hoe komt dat? Om te beginnen investeert Nederland aanmerkelijk minder in wetenschap dan echte innovatieleiders. Daarnaast ontbreekt het ook aan gretigheid in de industrie en het midden- en kleinbedrijf. Sinds de jaren tachtig en negentig beschouwen we onszelf liever als een echte diensteneconomie. Daarvoor is wetenschap niet zo interessant. Boekhouders en managers, dat is wat we willen.

De wetenschap is sindsdien aan zijn lot overgelaten. Door het bedrijfsleven. Maar ook door de overheid. Sinds de jaren tachtig is de financiering van het hoger onderwijs gehalveerd, terwijl het aantal studenten verdubbelde. de wetenschap moet het doen met een kwart van wat het ooit was. De wetenschap heeft zich opgesloten en vermaakt zichzelf wel.

Hoe gaat het dan met die Nederlandse wetenschap? Krankzinnig veel beter dan je zou denken. Nederlandse onderzoekers publiceren meer en meer gewaardeerd dan in talloze andere landen. Het systeem is ondergefinancierd en uitgeknepen. Maar we houden hardnekkig stand. Binnen de wetenschap, die boos is en verongelijkt. En bokkig reageert op de signalen dat de samenleving wetenschap wel degelijk nodig heeft.

Blijft dat zo? Dat is de vraag. De Nederlandse wetenschap maakt een uitgewrongen maar trotse indruk. En slim als zij is, heeft het de mogelijkheden benut die zich aandienden. Er gaat steeds meer Europees geld naar de Nederlandse onderzoekers, die internationaal tot de behendigste subsidiewervers zijn gaan behoren. Nederlands onderzoek is bovendien meer dan gemiddeld aangehaakt bij toponderzoek elders. Daardoor scoren onze onderzoekers op citatielijsten nog steeds geweldig.

Hooguit zijn ze steeds minder de eerste en dus meer prominente auteurs. Wij doen mee. Met anderen. Zolang als het duurt, zeggen cynici.

Wordt het dan dus toch allemaal minder? Het kan haast niet waar zijn dat de Nederlandse wetenschap overeind blijft met steeds minder financiering. En al helemaal niet als elders in Europa en de rest van de wereld er juist veel meer geld in wetenschap en onderzoek wordt gestoken, als investering in de welvaart van de toekomst.

Wat dat betreft is het succes van de Nederlandse wetenschap eerder een handicap dan een geluk. Het lijkt er voor de politiek gemakkelijk op dat het echt nog wel wat kan lijden. Sterker: wetenschappers en universiteiten durven er niet eens voluit over te klagen, omdat dat vooral uit eigenbelang lijkt.

De kloof tussen wetenschap en samenleving is zo breed geworden, dat ze elkaars signalen niet meer goed verstaan.

Een groot probleem bij dit alles, merkte deze week nog een van mijn gesprekspartners op, is dat we eigenlijk geen actuele cijfers hebben over de stand van de Nederlandse wetenschap. Statistieken over productie en waardering zijn vijf, zes jaar oud, anderhalf of zelfs twee kabinetten geleden.

Kortom? Kortom: arme wetenschap, in twee opzichten. Ondergefinancierd. En deerniswekkend overvraagd. Maar dat is de wetenschap maar, een sector als zovele. De melkveehouders. De automobielbranche. Kinderdagverblijven.

De echte tragiek is dat Nederland zichzelf wijsmaakt dat diezelfde wetenschap ons er bovenop gaat helpen. Een mooie droom, zeker. Wakker worden lijkt verstandiger. Hoe, dat is de vraag die we de komende tijd verder in de krant gaan behandelen.

Advertenties
Een reactie plaatsen

1 reactie

  1. Gastbijdrage Peter Nissen (NOSTER): De universiteit wordt een koekjesfabriek - Taede A. Smedes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: