Boek (bis): kwelgeest neutrino

Italianen hebben iets met neutrino’s, stelt de Britse natuurkundige Frank Close (Oxford/CERN) vast in zijn boekje Neutrino. Nadat James Chadwick in 1914 ontdekte dat elektronen die ontstaan bij radioactief verval nooit precies dezelfde energie hebben, was het in 1934 de grote Enrico Fermi in Rome die bedacht waarom: bij het verval is ongezien nog een derde deeltje betrokken. Een spook. Zonder veel eigenschappen, elektrisch neutraal, zonder massa of hooguit heel licht. Buitengewoon lastig waar te nemen, maar essentieel voor de balans van alle kernreacties.

Mooi idee, maar daarna gaat er iets mis. Nature vindt Fermi’s hypothese veel te speculatief en wijst zijn artikel erover af voor publicatie. Het verschijnt in het Italiaans, maar raakt eigenlijk in de vergetelheid, omdat het een voetnoot wordt bij de (vooral in de VS) snel opbloeiende kernfysica. Bruno Pontecorvo, een leerling van Fermi, bedenkt hoe je neutrino’s eventueel wél kunt meten, met chlooratomen, maar hij verdwijnt spoorloos, naar decennia later blijkt omdat hij in de Sovjet-Unie woont en werkt.

Pas in de jaren zestig bouwt de eigenwijze Amerikaan Ray Davis in een goudmijn een eerste detector voor neutrino’s van de zon, gebaseerd op een grote tank chloorhoudend schoonmaakmiddel. Hij ziet de eerste zonneneutrino’s, maar dat blijken er veel minder dan verwacht. Tot in de jaren tachtig is dat een raadsel, tot een oude theorie van – alweer – Pontecorvo uitkomst blijkt te bieden: de neutrino’s zijn er in drie verschillende types en wisselen voortdurend van identiteit. Wie een detector bouwt voor een van drieën, mist dus een deel van de passerende horde spookdeeltjes.

Al met al schetst Close een beeld van het neutrino als kwelgeest van de natuurkunde: moeilijk te meten en nog moeilijker te begrijpen. Dat is ook het beeld van de neutrino-astronomie van het laatste decennium, met enorme detectoren in het ijs van de Zuidpool en de diepten van de Middellandse zee en het Bajkalmeer. Die  meten nu en dan iets, maar worstelen ook zichtbaar.

Afgelopen najaar waren het opnieuw Italianen die wereldnieuws waren met neutrino’s. Het Opera-experiment in Gran Sasso meende neutrino’s uit CERN sneller te zien aankomen dan licht. Fysici waren sceptisch, de media smulden, vooral toen bleek dat een losse kabel de opmerkelijke meting verklaarde. Een blamage die de indruk wekte dat de Italianen een stel prutsers zijn.

Ten onrechte, zo bewijst bijvoorbeeld het verhaal van de neutrino, van Fermi tot Pontecorvo.

Neutrino, vooral geschikt voor de liefhebber, is van 2010 en rept dus met geen woord over de Opera-affaire. Dat kan gebeuren, maar een voetnoot van de vertaler over de zaak was wel op zijn plaats geweest.

 

Advertenties
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: