Atoombommen en H5N1: dwarsliggen werkt

Wie denkt dat de hele worsteling van politiek, beleidsmakers en wetenschap met het in Rotterdam gefabriceerde H5N1-killervirus een farce is, moet deze maand Physics Today even lezen. In een lang maar uitstekend artikel beschrijft historicus Alex Wellerstein wat er in 1946 gebeurde toen een groep fysici op eigen gezag een boek schreef over de atoombom.

Zijn conclusie: eigenlijk hebben we in ruim een halve eeuw nog steeds geen antwoord op de vraag of het helpt: wetenschap geheim houden. Waarmee hij eigenlijk bedoelt dat het geen zier uithaalt.

Omdat, is de simpele redenering, de vijand net zo slim is en verder gewoon met dezelfde natuurwetenschap naar dezelfde werkelijkheid kijkt. Geheim houden vertraagt de verspreiding van gevaarlijke kennis misschien een klein beetje. Maar daar staat tegenover dat de wetenschap er ook vertraging door ondervindt. Het is maar wat je verkiest.

En vooral: waar je op uit bent.

Het verhaal over de omstreden boekpublicatie begint al in het najaar van 1945 als Japan nog nasmeult van de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Op de universiteit van Pennsyllvania stelt fysicus William E. Stephens met een aantal collega’s een eenvoudige vraag: kunnen we begrijpen hoe een atoombom werkt.

Stephens is een idealist. Hij is sterk tegen geheimhouding waar het wetenschap betreft. En hij wil aantonen dat buitenstaanders net zo goed als de fysici van het Manhattan Project kunnen bedenken hoe je een atoombom maakt. In een reeks colloquia wordt een antwoord gezocht op die vraag en de aantekeningen daarna omgewerkt tot een boekmanuscript. Dat wordt bij uitgever McGraw-Hill aangeboden.

En dan beginnen de problemen, die erop neerkomen dat de uitgever het manuscript aan de censors van het oude Manhattan Project voorleggen. Die gaan in de gordijnen, vooral omdat Stephens & Co het hebben over het implosiemechaniek van een atoombom. Dat is dan nog geheim gehouden. Zelfs in het Smyth report, het officiele en populaire verslag over de bouw van de atoombom, staat er niks over.

Dat dat een kwestie van logisch denken is, gaat er bij de censor niet in. Maar die heeft wel een probleem. Als hij aangeeft dat dat deel niet mag worden gepubliceerd, is meteen duidelijk dat dat deel dus onder de geheimhouding rond atoombommen valt. Catch22 dus.

Uiteindelijk redt de tijd alle partijen. De Russen blijken zelf ook op het idee van de imploderende verrijkt uraniumbom te zijn gekomen. En in het proces tegen het echtpaar Rosenberg moet de aanklager het geheim onthullen om aan te tonen dat ze de Russen aan het bomgeheim hebben geholpen.

In 1948 verschijnt alsnog het omstreden boek, en het is dan al zo achterhaald door wat allang in alle media is langsgekomen dat het volledig flopt. Het hoofdstuk over implosiebommen houdt abrupt op waar het jaren geleden spannend zou zijn geworden. Terughoudendheid van de auteurs, stelt Wellerstein vast, geen harde censuur.

Kennis geheim houden werkte toen niet en nu niet, zullen wetenschappers concluderen. Autoriteiten als staatssecretaris Henk Bleker, die Ron Fauchier verbood zijn H5N1-kennis te ‘exporteren’ naar Science, trekken waarschijnlijk een andere conclusie: obstructie werkt. In elk geval een tijdje.

Advertenties
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: