Nobelprijs vs. bookies: 10-0

Met de Nobelprijs voor de Vrede later vandaag op komst, moeten we nog een kleine slag om de arm houden. Maar eigenlijk is nu al duidelijk dat deze Nobelprijsweek een desastreuze is geweest voor iedereen die probeerde te voorspellen wie er nu weer door Stockholm uit zijn bed gebeld ging worden.

Maandag ging de geneeskundeprijs naar drie hersenonderzoekers die nog nooit genoemd waren door Thomson Reuters, de bekendste voorspeller van de Prijs der Prijzen. Dinsdag naar de drie LED-uitvinders waar de fysici en TR het nooit eerder over hadden gehad. Woensdag chemie naar drie microscooppioniers die nergens waren voorzien, al was het maar omdat het eigenlijk natuurkundigen waren, en geen chemici. En donderdag de literatuurprijs naar de fluisterstille auteur Patrick Modiano, die bij de bookies niet eens voorkwam op de armlange lijst van te begokken kandidaten.

Kortom: het is 10-0 voor het Nobelprijscomité versus de bookies. En zo hoort het natuurlijk ook. Een Nobelprijscomité moet de wereld ergens op wijzen, niet bevestigen in wat hij al kent en weet. Dat is ook in de geest van Alfred Nobel.

Vandaag zouden kinderechtenactiviste Malala of de sobere nieuwe Paus moeten winnen, zeggen de geruchten. Het lijkt me een goeie gok dat die het dus allebei niet worden.

Hebben fysici de pest aan biofysica?

Opvallend dat de Nobelprijs voor de Chemie dit jaar zo overduidelijk natuurkunde is. Maar is dat ook gek?

Nee, zei nanobiofysicus Cees Dekker van de TU Delft toen ik hem vandaag belde. Dat is niet raar, het is eerder een politiek statement vanuit de biochemische gemeenschap. Er gebeurt de laatste jaren allerlei spectaculairs op het gebied van de moleculaire biofysica, maar op de een of andere manier willen de natuurkundigen daar niet aan. Die vinden dat natuurkunde gaat over materialen of desnoods over de kosmos. Maar niet over levende weefsels, of de moleculen die daar de boel faciliteren. En dus eren de chemici maar wie ere toekomt.

Sterker, zei Dekker, die zelf allerlei nanotrucs in de biologische hoek doet, houden de natuurkundigen de boot af. ‘Als er eenmaal één prijs voor biofysica door is bij het comité is het hek van de dam. Er gebeurt hier zoveel moois, dan komen ouderwets natuurkundigen nooit meer aan de bak.’

Eerste gelegenheid om die stelling te checken: de Nobelprijzen van 2015.

Geen Coca Cola, wel een mooie Nobelprijs

Ook al gaat de Nobelprijs voor Chemie dit jaar niet naar de uitvinders van de Coca Cola zoals ik gisteren grappend suggereerde, maar ook deze prijs is een bepaald overtuigende. En betrekkelijk begrijpelijk ook.

De drie bekroonde onderzoekers hebben de biochemie nieuw zicht gegeven op de raderwerkjes van het leven. Letterlijk. Met slimme technieken, lasers en kleurstofmoleculen weten ze de klassieke beperkingen van de optica te omzeilen, en een factor tien verder te kijken. Bovendien hoeven ze hun materialen niet te bevriezen, kraken, vacuumzuigen. Die mogen gewoon blijven leven, als ze er zin in hebben.

Mooi. Maar is het een Nobelprijs voor de scheikunde? Of is dit eigenlijk gewoon natuurkunde?

Veelzeggend was dat aan tafel bij de persconferentie zowel de voorzitter van het comité voor scheikunde zat, als die van natuurkunde. Een grensgeval, dat was al duidelijk zonder dat de secretaris ook maar een woord had gezegd. De fysicus mocht zelfs beginnen.

Veel maakt het natuurlijk niet uit, behalve dat ik de klaagzangen uit de hard-core chemie al kan uittekenen. Misschien moeten ze daar eens proberen in te breken bij de natuurkunde.

Wat in zekere zin ook dit jaar het geval was. De blauwe led’s, gisteren goed voor de natuurkundeprijs, hebben zeker een chemische component via het opbrengen van zuivere laagjes galliumnitride.

Nu op naar de literatuurprijs, de vredesprijs en de economieprijs, maandag. Die laatste wordt meer en meer een psychologieprijs, merkte een twitteraar al op. Kan. Wat mij betreft is het nu vooral zaak nog wat vrouwen op het podium tre krijgen. Na drie dagen Nobelprijs 2014 staat het 8:1 voor de jongens tegen de meisjes.

Dat kan beter.

(Literatuur donderdag, Vrede vrijdag en Economie maandag, allemaal live op Nobelprize.org)

En alweer een Nobelprijs met een verhaal

Gisteren ging de Nobelprijs voor Geneeskunde naar fundamenteel onderzoek naar de tomtom in het brein, een onderwerp dat je met een paar zinnen prima kon uitleggen. En vandaag krijgen drie Japanners de Natuurkundeprijs voor hun uitvinding van de blauwe led. Alweer een onderwerp waar je het vanavond aan tafel gewoon over kunt hebben.

Als nu morgen de uitvinders van de coca cola de Nobelprijs voor de Chemie nog krijgen, kunnen we vaststellen dat het comité dit jaar kiest voor toegankelijkheid en toepasbaarheid. Echte wetenschap, die toch ergens goed voor is. Hetgeen, voor alle duidelijkheid, ook in de geest van Alfred Nobel is, natuurlijk.

Maar het verhaal aan tafel gaat verder dan een blauwe kabouterlamp.

Minstens zo leuk is bijvoorbeeld dat Shuji Nakamura met deze prijs een kolossale revanche krijgt voor een bepaald moeizame carrière. Hij werkte na een ingenieursopleiding bij een klein bedrijfje, ver van de Sony’s van Japan en buiten het academische circuit aan een ideetje: galluimnitride als basis voor lichtgevende chips, led’s. jarenlang prutste hij eraan, tot hij vond wat hij zocht: een led die blauw licht geeft.

Toen hij zijn vinding liet testen, wilde het lab er niet eens aan beginnen. Blauwe led’s, dat kon immers niet. Maar het kon wel, en Akasi en Amano pikten het als eersten goed op. Nakamura bleef een beetje een buitenbeentje, ook al omdat hij het prototype van een ietwat malle nerd is, maar vooral omdat hij maar een ingenieur was en geen echte geleerde. tegelijk kreeg Nakamura het aan de stok met zijn werkgever Nichia over de patenten op zijn vinding.

De herrie en miskennig dreven Nakamura naar de VS, waar hij sindsdien een gelukkige hoogleraar op de universiteit van Californie is geworden. Bij wie vannacht rond 3 uur de telefoon ging en de secretaris van het Nobelprijs comité hem het mooist denkbare nieuws mededeelde.

Een kwartier later hing hij live hakkelend aan de telefoon met de persconferentie in Stockholm. Unbelievable, vond hij het.

En dat was het ook.

(Woensdag 11.45 uur bekendmaking Nobelprijs voor de Chemie, live op nobelprize.org)

Hèhè, Stockholm heeft de ramen open

Als de Nobelprijs 2014 voor geneeskunde iets duidelijk maakt is dat je een Nobelprijs toekennen niet over moet laten aan geleerden onderling. Informatiemakelaar Thomson Reuters maakt ieder jaar een groot nummer van de voorspellingen voor de Prijs der Prijzen in de wetenschap.

Dat doen ze statistisch gezien nog helemaal niet slecht, met iets van 35 juiste voorspellingen in de laatste vijftien jaar in de categorieën geneeskunde, natuurkunde, chemie en economie. Dat alles op basis van een brede consultatie onder hooggeleerden wereldwijd, die mogen aangeven wie echt een prijs moet krijgen wegens baanbrekende nieuwe inzichten of technieken.

Maar dit jaar zaten ze er met de voorspelling toch wel weer helemaal naast. Niet de ontdekkers van kopieerfouten in het dna, niet de ontdekkers van regelmechanismen in de genen, en zelfs niet de Amerikaanse pijnonderzoeker David Julius winnen, maar de ontdekkers van de TomTom in het brein.

Een onderwerp dat fundamenteel is en toch meteen breed tot de verbeelding spreekt, blijkt uit de reacties en in die zin direct een geslaagde Nobelprijs. Een toekenning die laat zien hoe heel goeie wetenschap ook over dingen kan gaan die ons allemaal meteen aanspreken.

Grappig is dat de media dat wel doorhadden. Hoe het kan dat Nature uitgerekend deze week een profiel klaar had staan van het bekroonde Noorse neurologenechtpaar Moser, lijkt me een diepgaand parlementair onderzoek in Zweden waard. Maar Nature kan altijd zeggen dat ze niet als enige de Noorse supersterren in de gaten hadden. Ook de New York Times tipte ze. Vorig jaar al trouwens.

Je zou haast denken dat Stockholm tegenwoordig ook de krant leest.

We zullen zien wie er morgen met de hoogste eer in de natuurkunde gaat strijken. Esoterische materiefluisteraars. Of stoere ontdekkers met een duidelijk verhaal. Geschikt voor de krant zeg maar.

(Dinsdag Nobelprijs natuurkunde: bekendmaking vanaf 11.30 live op nobelprize.org)